6 tips: Spelbegeleiding voor leerling met autisme in de klas

Een keer per week gaf ik spelbegeleiding in de klas om de spelontwikkeling van een leerling te stimuleren en het contact met zijn klasgenoten te verbeteren.

De leerling (jongen, groep 4) had een lichte vorm van autisme, zat in een sociaal, lastige groep. Hij was zelf minder initiatiefrijk in zijn sociale contacten, maar hij had wel interesse in het spelen met andere kinderen.

We bereiden het spel eerst voor in een individuele situatie, waardoor hij goed wist hoe hij het spel moest spelen en welke spelregels golden.

Hij kende het spel dus al goed en wist wat er ging gebeuren. De spelsituatie werd voorspelbaar, waardoor hij zich beter kon richten op de kinderen waarmee hij speelde. Hij mocht in eerste instantie zelf de kinderen uitkiezen die samen met hem mochten spelen.

Het neveneffect in de klas was dat andere kinderen uit de klas zelf kwamen vragen of zij de volgende keer mee mochten doen. Dat was natuurlijk heel leuk voor de leerling. Het opdoen van succeservaringen is belangrijk.

Ik denk dat het belangrijk is dat je als leerkracht niet alleen incidenteel ruimte schept voor het oefenen van sociale en emotionele vaardigheden, maar ook extra tijd inroostert voor spelbegeleiding in de klas.

Het is goed voor de leerlingen die sociaal minder vaardig zijn, maar ook voor de groepssfeer.

Op die manier straal je als leerkracht uit, dat je het onderlinge contact tussen alle leerlingen in je klas belangrijk vindt en daarbij wilt helpen.

Plan een aantal keren per week 30 minuten ‘vrij’ in je rooster. Introduceer een groepsspel en geef de kinderen die extra oefening nodig hebben tijdens dit spel extra ondersteuning.

Tips voor ondersteuning:

  1. Kies eerst een spel uit dat met 2 tot 3 kinderen gespeeld moet worden, zodat het overzichtelijk blijft.
  2. Kies een spel die uitgaat van de interesse van de leerling.
  3. Oefen het spel eerst 1-op-1 of vraag ouders het spel te oefenen thuis.
  4. Overleg van tevoren wie mogen meedoen.
  5. De eerste keren leg jij het spel uit aan de kinderen, later kan dat door de leerling gedaan worden.
  6. Bespreek altijd even na hoe het spelen verliep. Het liefst met visuele ondersteuning n.a.v. een van te voren gesteld doel (afhankelijk van leeftijd).

Aanvullende tips van ‘ASS – gedragsproblemen in de klas’:

  1. Je kunt sociale situaties uitleggen met een sociaal script of een sociaal verhaal. Een uitleg over een sociale situatie en het gedrag dat hierin in het algemeen verwacht wordt. Hierbij kun je tekeningen en plaatjes gebruiken. Hoe visueler je de situatie maakt hoe beter.
  2. Op de site sociaal opstap vind je hierover uitgebreidere informatie. Zelfs apps voor op je smartphone.
  3. Houd er rekening mee, dat van het geleerde gedrag niet spontaan een transfer plaatsvindt naar andere situaties. Voor deze kinderen is elke situatie nieuw en niet vergelijkbaar met een andere.
  4. Je kunt het kind koppelen aan een buddy. Een kind dat een tijdje uitlegt hoe je zou kunnen reageren of zorgt dat het kind mee kan spelen. Buddy’s moet je regelmatig wisselen om de buddy niet te overbelasten.

Heb jij nog tips voor leerkrachten die te maken hebben met autisme in de klas? Deel je ervaringen of tips gerust bij reacties onder de posts op de facebookpagina!